Deze eerste motie van D66, CDA en Liberaal Laren gaat over het door het College naast zich neerleggen van de uitspraak van de Commissie van Bezwaar en Beroep door onder andere onze burgers simpelweg niet ontvankelijk te verklaren voor enig bezwaar of beroep.

Toelichting Jacqueline Timmerman – Liberaal Laren

Er is al eens eerder een motie (ik meen van afkeuring) over deze vergunning voorbijgekomen van de zijde van D’66 en CDA omdat deze vergunning – en het proces erom heen – aan alle kanten rammelde.
Wij zijn hier destijds niet in meegegaan, omdat Liberaal Laren van mening was, dat de beginnend wethouder Peter Calis een ‘beginnersfout’ had gemaakt.
Ook was toen het vertrouwen nog aanwezig dat eventueel verdere procedures hieruit volgend, op een gedegen wijze, passend bij een democratische rechtstaat, zouden worden afgehandeld.
Over dit laatste hebben wij nu ernstige twijfels, vandaar dat we deze motie wel ondertekenen. Alle stukken lezend, kun je je maar een ding afvragen:W

Waar is de Trias Politica gebleven? 

  • De wetgevende macht is hier de Gemeenteraad
  • De uitvoerende macht het College
  • De Rechterlijke macht toetst de uitvoering op de wet bij conflicten; lokaal is dat in eerste instantie de Commissie Bezwaarschriften. 

Wij hebben het gevoel dat dit college (in toenemende mate, want dit geval staat niet op zich) op de stoel van de rechter gaat zitten. Het lijkt erop dat dit college de toets van de Rechterlijke macht niet meer respecteert als het hen zo uitkomt en dan begeeft je je – qua democratische rechtstaat – op een hellend vlak.

De beide moties, die voor zich spreken, zijn ons dan ook uit het hart gegrepen.  
Jacqueline Timmerman, Fractievoorzitter Liberaal Laren

Hieronder de eerste motie betreft: besluit B&W over bezwaarschriften evenement op de Brink 1 september 2018

De gemeenteraad van Laren bijeen in zijn openbare vergadering op 27 februari 2019;

gelet op artikel 28 van het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Laren 2018’;
stelt vast dat:

􀁸 Op 1 september 2018 een evenement heeft plaatsgevonden onder de titel “Concert SONNY’S INC LIVE IN LAREN” op de (onverharde) Brink;

􀁸Voor genoemd evenement door het college per besluit d.d. 15 augustus 2018, op 22 augustus 2018 een APV-vergunning is verleend (nr. 180782) naar aanleiding van de aanvraag dien aangaand, ingediend op 27 juli 2018;

􀁸 Een aantal omwonenden en ondernemers van de Brink en nabije omgeving derhalve,middels de daarvoor geldende procedures, bij de gemeente Laren bezwaar heeft aangetekend tegen genoemd besluit;

􀁸 De Commissie bezwaarschriften d.d. 29 oktober 2018 een hoorzitting heeft gehouden m.b.t.genoemde bezwaarschriften, en op 4 december 2018 ter zake advies heeft uitgebracht aan de burgemeester van de gemeente Laren;

􀁸 De Commissie heeft geadviseerd om de bezwaarschriften op één na “ontvankelijk en gegrond te verklaren en het besluit aan te vullen met een motivering ten aanzien van de toepassing van artikel 4:84, dan wel het bestreden besluit te herroepen en de evenementenvergunning alsnog te weigeren”;

􀁸 Het college heeft op 12 februari 2019 (48 dagen na het verstrijken van de wettelijke termijn om een besluit te nemen) aan de indieners van een bezwaarschrift laten weten dat het besluit genomen is om af te wijken van het advies van de commissie bezwaarschriften en de bezwaarmakers niet-ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar wegens het ontbreken van procesbelang;

constateert met betrekking tot het hanteren van artikel 4:84 Awb

􀁸 Het college in zijn memo aan de gemeenteraad d.d. 7 september 2018 o.m. ter toelichting opgenoemd besluit stelt dat het college “…. twijfels had of er voldoende argumenten waren om, in afwijking van het vastgestelde besluit t.a.v. evenementen op de Brink, toch nog een keer dit concert op de locatie toe te staan …”. In dezelfde memo geeft het college als motief voor zijn handelwijze : “… de organisatoren van het concert in een vergevorderd stadium van voorbereiding waren. Maar bovenal dat zij geheel buiten hun schuld in deze voor hen ongewenste situatie waren gekomen. Men was bovendien de nodige verplichtingen aangegaan voor het realiseren van het concert ….”;

􀁸 In genoemd memo het college genoemd besluit motiveert met verwijzing naar artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, t.w. “… Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens 2 bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen …”;

􀁸 Het college bij monde van de wethouder in de raad op de nadrukkelijke vraag van meerdere raadsleden wat nou die onevenredige schade was die de aanvrager zou leiden als geen vergunning verleend zou worden, antwoordde: “het was maar eenmalig ….”;

􀁸 Het evenement gewoon op Plein 1945 had kunnen plaatsvinden;

􀁸 In genoemd advies oordeelt de Commissie: “… in het bestreden besluit en ter zitting is onvoldoende gemotiveerd waarom, met toepassing van artikel 4:84 van de Awb, is afgeweken van het beleid. Nader dient te worden gemotiveerd waarom het handelen overeenkomstig de beleidsregels voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen …”;

􀁸 De Commissie adviseert voorts “… het besluit aan te vullen met een toereikende motivering, dan wel het besluit te herroepen en vergunning alsnog te weigeren …” ;

􀁸 Middels schrijven van de teamleider Afdeling vergunningen en Handhaving en Juza BEL Combinatie, d.d. 12 februari 2019, namens de burgemeester van Laren, bezwaarmakers informeert dat het college besluit af te wijken van het oordeel van de adviescommissie t.w. dat: “… Alle belangen tegen elkaar afwegend heb ik dan ook besloten dat er bijzondere omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:84 Awb die maken dat het handelen overeenkomstig de beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen …”;

stelt vast dat:

􀁸 Onvoldoende duidelijk is welke “bijzondere omstandigheden” het betreft , waardoor de gevolgen van handhaving van het beleid en dus een optreden van “SONNY’S INC LIVE IN LAREN” op Plein 1945 in plaats van op de Brink, onevenredig zouden zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De toelichting van het college en de uitleg van de wethouder in de raad volstrekt ontoereikend zijn om referentie naar art 4:84 Awb te rechtvaardigen.

constateert met betrekking tot het besluit op bezwaar van het college om bezwaarmakers niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het ontbreken van procesbelang:

􀁸 De Commissie bezwaarschriften de indieners ontvankelijk verklaart mede omdat er een procesbelang is;

􀁸 De Commissie onderbouwt dit door te verwijzen naar de tekst in de vergunning: “de vergunning wordt verleend bij uitzondering eenmalig zonder dat daar rechten voor de toekomst aan kunnen worden ontleend”. Deze formulering sluit volgens de commissie niet uit dat de burgemeester in de toekomst wederom een uitzondering zal kunnen maken;

􀁸 Desondanks besluit het college toch om af te wijken van het advies “… omdat bezwaarmakers geen procesbelang in dezen hebben … Bezwaarmakers zijn dan ook niet ontvankelijk in hun bezwaar …” omdat niet aannemelijk is dat nieuwe besluiten over soortgelijke situaties zullen volgen;

􀁸 Mede om die reden zou volgens het college afgeweken mogen worden van het door de raadvastgestelde evenementenbeleid;

􀁸 Het college stelt bovendien, in tegenstelling tot de Commissie bezwaarschriften, dat de bewoners van de Kerklaan niet belanghebbend zijn “omdat van de andere omwonenden geen bezwaar is ontvangen”, met als onderbouwing “dat men een persoonlijk, en direct belang moet hebben, waarin men zich onderscheidt van anderen”

􀁸 De commissie stelt dat op basis van artikel 1:2 eerste lid van de Awb (“Onderbelanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”) de bewoners van de Kerklaan wel degelijk belanghebbend zijn. En mede daarom is men van mening dat de indieners ontvankelijk zijn;

stelt vast dat:

􀁸 Het betoog van de college om de bezwaarindieners niet-ontvankelijk te verklaren faalt. Het college stelt namelijk alleen ‘dat er aan de vergunning geen rechten ontleend kunnen worden’. Het college stelt dus niet dat het uitgesloten is dat er weer een vergunning verleend zal worden;

constateert bovendien met betrekking tot de wettelijke termijn voor behandeling bezwaarschriften:

􀁸 Genoemd schrijven van de teamleider Afdeling vergunningen en Handhaving en Juza BEL

Combinatie gedateerd is op 12 februari 2019, terwijl vigerende wettelijke regels voorschrijven een besluit over een bezwaarschrift binnen 12 weken genomen moet worden en dat bezwaarmakers ten laatste dus per 26 december 2018 dienden te worden geïnformeerd betreffende de positie ter zake zijdens het college.

Als gevolg daarvan de gemeente Laren, conform vigerende wettelijke regelgeving, voorwerp is van sanctie d.m.v. financiële tegemoetkoming aan bezwaarmakers die een ingebrekestelling hebben ingediend – t.w. voldoen van dwangsom ten gunste van laatstgenoemden zo lang deze niet formeel over het besluit van het college in kennis zijn gesteld-;

gegeven het vorenstaande de volgende conclusies zich opdringen:

Het valt te betreuren dat het college:
– zich niet conformeert aan het advies van de Commissie bezwaarschriften,
t.w. genoemd besluit aan te vullen met toereikende motivering, dan wel het bestreden besluit te herroepen en de vergunning alsnog te weigeren;
– zich niet conformeert aan het advies van de Commissie om de bezwaarschriften
ontvankelijk en gegrond te verklaren;
– de wettelijke regelgeving qua timing niet heeft gerespecteerd,
en bovendien tot op heden heeft nagelaten bezwaarmakers formeel (brief met besluit, ondertekend door de burgemeester) over het besluit van het college in kennis te stellen (zodat de dwangsomregeling nog steeds van kracht is).

En gaat over tot de orde van de dag.

Fractie D66 Fractie CDA Fractie Liberaal Laren

Nico Wegter Erwin van den Berg Jacqueline Timmerman

————————————————————————————————————-

De tweede motie gaat over het niet opnieuw organiseren van een extra evenement op de Brink. Maar het College wil dat uiteindelijk niet via deze motie bevestigen. Ook deze motie werd door VVD en Larens Behoud (na een schorsing) verworpen.

Het argument van wethouder Peter Calis dat Sonny’s Inc nooit meer op de onverharde Brink zou optreden – althans zolang hij wethouder is – strookt niet met de motie en is geen enkele garantie dat er door het College geen andere grote evenementen op de Brink zullen worden toegestaan. Hieronder de verworpen motie:

De gemeenteraad van Laren bijeen in zijn openbare vergadering op 27 februari 2019; gelet op artikel 28 van het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Laren 2018’;

overwegingen:

􀁸 Het college van B&W heeft 12 februari 2019 besloten af te wijken van het advies van de Commissie bezwaarschriften. De Commissie heeft advies uitgebracht over een achttal bezwaarschriften die waren ingediend om in afwijking van het vigerende evenementenbeleid een vergunning te verlenen voor een extra grootschalig evenement op de Brink;

􀁸 De Commissie heeft geadviseerd om de bezwaarschriften van een zevental omwonenden en ondernemers van de Brink gegrond en ontvankelijk te verklaren;

􀁸 Het college heeft, in afwijking van dat advies, besloten om de indieners van de bezwaarschriften niet-ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar wegens het ontbreken van procesbelang;

􀁸 De Commissie heeft in haar advies gesteld dat er wél procesbelang is en voegt toe: “met de zinsnede dat zonder dat daaraan rechten voor de toekomst kunnen worden ontleend” moet niet uitgesloten worden geacht dat de burgemeester in de toekomst wederom een uitzondering zal kunnen maken op het beleid”. Ook de woorden “eenmalig en bij wijze van uitzondering” sluiten naar het oordeel van de Commissie niet uit dat in de toekomst een soortgelijke situatie zich kan voordoen;

􀁸 Het evenement heeft plaatsgevonden voordat de bezwaarschriften werden ingediend. Er is dan in principe geen procesbelang meer volgens de wet. Hierop kan echter een uitzondering worden gemaakt – wel procesbelang dus – als mogelijk nieuwe besluiten over soortgelijke situaties kunnen volgen;

concludeert dat:

􀁸 het niet bij voorbaat is uitgesloten dat het college in de toekomst opnieuw vergunning verleent voor een extra grootschalig evenement op de Brink, immers, de formulering ter zake, gebezigd door het college, sluit dat, in de opvatting van de Commissie bezwaarschriften, niet uit;

verzoekt het college mitsdien:
Te bevestigen dat de formulering “de vergunning wordt bij uitzondering eenmalig verleend zonder dat daaraan rechten voor de toekomst kunnen worden ontleend” betekent dat “binnen het vigerende evenementenbeleid zoals door de raad vastgesteld, ook niet eenmalig, een extra grootschalig evenement op de Brink zal plaatsvinden”.

En gaat over tot de orde van de dag.

Fractie D66 Fractie CDA Fractie Liberaal Laren

Nico Wegter Erwin van den Berg Jacqueline Timmerman

Share This